Maatregelenpakket Fosfaat

28 November 2016

Royal Bel Leerdammer werkt als lid van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) op dit moment hard aan de totstandkoming van een plan om de fosfaatproductie door de melkveehouderij substantieel te verminderen in 2017. Het plan waarvan staatsecretaris Van Dam vorige week de hoofdlijnen bekend heeft gemaakt, wordt op dit moment nader uitgewerkt. De NZO doet dat in overleg met ZuivelNL, LTO Nederland, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Het plan wordt op korte termijn afgerond en zal zo spoedig als mogelijk in 2017 in werking treden.

De maatregelen die het plan bevat zullen ingrijpend zijn voor alle partijen in onze sector. Dat leidt tot onrust onder melkveehouders en dat is begrijpelijk. Daarom brengen wij u op de hoogte van de stand van zaken op dit moment. Dat betekent dat er in het overleg met de bovengenoemde organisatie, het Ministerie van EZ en de Europese Commissie alsmede eventueel naar aanleiding van de wetsbehandeling van het fosfaatrechtenstelsel komende week, nog wijzigingen en aanpassingen zullen moeten worden doorgevoerd.

Waarom een fosfaatreductieplan?

Een substantiële en spoedige reductie van fosfaat is noodzakelijk om te voldoen aan de eisen van de Europese Commissie. Nederlandse melkveehouders mogen meer stikstof uit dierlijke mest op hun land brengen dan melkveehouders in andere EU-lidstaten. Aan deze derogatie is de voorwaarde verbonden dat de fosfaatproductie van de totale veehouderij in Nederland onder de grens van 172,9 miljoen kilogram blijft. Door de groei van de melkveehouderij is die grens in 2015 overschreden. Ook dit jaar en volgend jaar dreigt overschrijding. Behoud van de derogatie voor de melkveehouderij en de daarbij behorende voorwaarden zijn in het belang van het milieu en de economie. Daarom wordt gewerkt aan maatregelen die de derogatie in 2017 veilig stellen en uitzicht bieden op derogatie in de jaren daarna.

De maatregelen voorzien in de reductie van 8,2 miljoen kilogram fosfaat door de melkveehouderij in 2017. Het pakket bestaat uit (1) fosfaatreductie in veevoer, (2) een opkoop-en bedrijfsbeëindigersregeling en (3) het fosfaatreductieplan zuivel .

Fosfaatreductie in veevoer

De mengvoerbedrijven verenigd in brancheorganisatie Nevedi hebben zich gecommitteerd in 2017 minder fosfor aan het mengvoer toe te voegen. Zij hebben een overeenkomst gesloten, die voorziet in de reductie van 1,7 miljoen kilogram. De aanscherping betreft vooralsnog 'droge' voeders. Ook wordt getracht afspraken te maken met producenten en leveranciers van 'natte' voeders. Het ministerie van Economische Zaken gaat na of er voor deze fosfaatreductie in veevoer een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) kan worden vastgesteld.

Opkoop- en bedrijfsbeeindigers regeling

Er wordt gewerkt aan een premieregeling om de veestapel in 2017 te reduceren. De hoofddoelgroep van de premieregeling zijn de bedrijven die stoppen met de melkproductie. Daarvoor komt 50 miljoen euro beschikbaar. Dat bedrag is afkomstig uit de 'nationale enveloppe' van het EU-steunpakket van juli 2016 (23 miljoen euro) plus een aanvulling van het Ministerie van Economische Zaken van 2 miljoen euro. De zuivelsector zal zelf 25 miljoen euro bijdragen. Daarvoor zal ZuivelNL een heffing moeten opleggen aan veehouders, die via het melkgeld van de zuivelondernemingen wordt geïnd. Veehouders die hun melkveebedrijf in 2017 beëindigen krijgen de garantie dat aan hen per 1 januari 2018 fosfaatrechten worden toegekend, ondanks het feit dat men eerder het bedrijf beëindigt. Om te stimuleren dat bedrijven die overwegen het bedrijf te beëindigen hun melkveestapel in 2017 afvoeren, wordt een liquiditeitsvoorziening in het leven geroepen door banken. De regeling wordt momenteel uitgewerkt door het Ministerie van Economische Zaken. Voorzien is dat de premieregeling in het begin van 2017 drie keer wordt opengesteld waarbij de premie voor de eerste openstelling het hoogst is en de volgende twee keren steeds lager wordt vastgesteld. Met bovenstaande premieregeling kan een fosfaatreductie worden gerealiseerd van 2,5 miljoen kilogram.

Fosfaatreductieplan zuivel

Taakstelling voor elke zuivelonderneming

Het fosfaatreductieplan zuivel zal voorzien in een reductie van 6,5 miljoen kilogram fosfaat. Dat komt overeen met de fosfaatproductie van circa 160.000 melkkoeien. Dat aantal wordt verdeeld over de zuivelondernemingen volgens een verdeelsleutel.

Verplichte melkgeldregeling

In deze regeling wordt aan melkveebedrijven een referentievolume toegekend. Het referentievolume wordt gelijk gesteld aan de melkproductie in het kalenderjaar 2015 min 4%, geijkt op het leveringspatroon 2016. Melkveebedrijven die in 2017 op maandbasis meer melk leveren dan het referentievolume worden gekort (malus) op het melkgeld voor de boven het referentievolume geleverde hoeveelheid melk. De hoogte van de korting is minimaal 90% van de 'kale' melkprijs.

De opbrengst van de malus wordt uitgekeerd in de vorm van een bonus per structureel verminderde GVE, vergeleken met die van begin oktober 2016. Bekeken wordt op welke wijze de bonus reeds gedurende het jaar kan worden uitgekeerd.

Vrijwillige GVE-reductieregeling

Als alternatief kunnen melkveehouders kiezen voor de vrijwillige GVE-reductieregeling.

In deze regeling krijgt een melkveebedrijf een GVE-referentie. Die is gelijk aan het aantal GVE's op 2 juli 2015 min 4%. Gedurende 2017 wordt de gemiddelde veebezetting maandelijks vergeleken met deze GVE-referentie.

Voor elke boventallige GVE wordt maandelijks een malus geheven. Die wordt berekend door aan elke boventallige GVE 800 kilogram melk toe te rekenen en daarop een korting van 90% op de 'kale' melkprijs toe te passen.

Veehouders kunnen het malusvolume beperken door GVE's af te voeren. In dat geval wordt het malusvolume met 800 kilogram melk per GVE verminderd, onafhankelijk van de daadwerkelijke productie per koe. Afvoer zal aantoonbaar moeten worden gemaakt door middel van een export-, dood- of slachtverklaring. De malusregeling zal nader worden bekeken voor specifieke situaties, waaronder startende -of sterk gegroeide bedrijven sinds 2 juli 2015.

De opbrengst van de malus wordt uitgekeerd in de vorm van een bonus per structureel verminderde GVE, vergeleken met die van begin oktober 2016. Bekeken wordt op welke wijze de bonus reeds gedurende het jaar kan worden uitgekeerd.

Vrijstelling Verplichte Melkgeldregeling

Melkveebedrijven die de GVE-referentie (veebezetting op 2 juli 2015 min 4%) aantoonbaar hebben bereikt, krijgen ontheffing van de verplichte melkgeldregeling. Deze bedrijven komen nadrukkelijk wel in aanmerking voor de bonus, mits de veebezetting op hun bedrijf in 2017 minder is dan op 2 juli 2015 min 4%. Bedrijven die vrijstelling willen, zullen in 2017 elke maand het aantal GVE's moeten opgeven.

Algemeen verbindend verklaring door ZuivelNL

Om voor alle melkveehouders en zuivelondernemingen in Nederland dezelfde systematiek te kunnen hanteren, wordt er gewerkt aan een zogenoemde algemeen verbindend verklaring (AVV) voor het fosfaatreductieplan zuivel. Tot een definitieve aanvraag daartoe zal nog worden besloten door ZuivelNL, de ketenorganisatie van de zuivelsector. Ook zal de verbindend verklaring van de regeling moeten worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Het ministerie van Economische Zaken zal de AVV vervolgens vaststellen. Met een AVV zullen de maatregelen van toepassing zijn op alle eerste ontvangers van melk en alle melkveehouders in Nederland.

Het fosfaatreductieplan sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande mestwetgeving en bij het in te voeren fosfaatrechtenstelsel, zoals dat op dit moment ter behandeling in de Tweede Kamer ligt. Dat betekent dat bij voorbeeld biologische en grondgebonden melkveebedrijven nu niet uitgezonderd kunnen worden. De definitieve vormgeving van het fosfaatrechtenstelsel kan nog tot wijziging leiden van het fosfaatreductieplan.

Voorwaarden

Aan de uitvoering van het fosfaatreductieplan hebben de leden van NZO enkele voorwaarden verbonden:

- het wetsontwerp fosfaatrechtenstelsel melkveehouderij dient vóór 1 januari 2017 in elk geval in de Tweede Kamer te worden behandeld en te worden aangenomen

- er dient bestuurlijke instemming van de NZO-leden te zijn

- het plan moet uitzicht bieden op verlenging van de derogatie per 2018

- het fosfaatreductieplan dient de toets van de mededinging te doorstaan

- het Ministerie van Economische Zaken dient zo snel als mogelijk toekenning door (na toets Europese Commissie) de Algemeen Verbindend Verklaring af te geven

grondgebondenheid moet opgenomen worden in het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn voor de derogatie 2018-2021, waarbij ook aandacht dient te zijn voor de grondgebonden positie van de biologische sector.

Vervolgstappen

Royal Bel Leerdammer werkt het Fosfaatreductieplan Zuivel op dit moment nader uit samen met ZuivelNL, LTO, NMV en NAJK. Daarbij is voortdurend overleg met het Ministerie van Economische Zaken. Zodra de plannen definitief zijn zullen wij u daarover informeren.


Deel dit bericht